WOONDOME

Voor het ontwerp zijn we uitgegaan van de stedenbouwkundige randvoorwaarden. Het bouwkavel ligt ten oosten van de Polderdreef, precies naast de bocht die de dreef van Doemere naar het station leidt. Aan de zuidwestzijde van het kavel ligt een zes verdieping hoog woningbouwblok met de galerij aan de noordzijde, aan de zuidoostzijde ligt een kaal parkeerterrein met daarachter het spoor. De noordzijde wordt afgesloten met een laag commercieel pand met een winkel en een fitness. Op dit moment bevindt zich op het kavel het verlaten pand van woonwinkel Wonedome, een anoniem solitair gebouw los van de omringende bebouwing. Omdat de toekomstige stedenbouwkundige uitgangspunten gelijk blijven is het logisch om in de toekomst wederom een opzichzelfstaand gebouw te maken met een eigen vormgeving en een eigen architectuur. Echter een woonfunctie zal het gebouw minder anoniem maken en daarmee zal het gebouw een betere relatie aangaan met haar omgeving. Het volume van de toekomstige ontwikkeling zou aan de zuidwestzijde kunnen aansluiten bij de omgeving maar zou de noordzijde verhoogd kunnen worden zodat er een hogere dichtheid ontstaat richting het station. Binnen het nieuwe ontwerp waren een paar uitgangspunten erg belangrijk. Ten eerste vraagt de prominente locatie om een bijzonder gebouw. Het gebouw bevindt zich in de bocht van de belangrijkste toegangsweg tot het centrum van Almere Buiten en zal beeldbepalend zijn voor het aanzien van het hele gebied. Omdat het hier om een groot volume gaat was het belangrijk dat er een gedifferentieerd woonprogramma gecreëerd wordt wat ondergebracht moet worden in één samenhangend ontwerp. Daarnaast is de stedenbouwkundige inpassing aan de spoorzijde belangrijk zodat er een integratie ontstaat tussen het gebouw en het landschap. Bij het technische ontwerp hebben we het parkeergrid als uitgangspunt gekozen voor het structureren van het gebouw. Vanuit dat grid zijn de constructieve wanden opgezet zodat er een zo efficiënt mogelijke configuratie ontstaat. Het bouwvolume is een bijna gesloten bouwblok  die aan de bovenzijde schuin is afgesneden zodat zonlicht diep in de binnentuin kan doordringen. De hoogte aan de zuidwestzijde sluit aan bij de omgeving en loopt aan de noordzijde nog iets op om daar een meer stedelijk volume te creëren. De ontsluiting van de woningen vindt plaats via corridors aan de binnenzijde van het blok die met loopbruggen aan elkaar verbonden zijn. De verdiepingen zijn iets ten opzichte van elkaar verschoven zodat het atrium naar boven toe steeds groter wordt zodat er ook voldoende daglicht op de onderste verdiepingen komt. Op het trapsgewijs oplopende dak bevinden zich daktuinen die het gebouw een groen uiterlijk geven.