Brug Almere

Bridge for pedestrian and bicycles, Almere NL, Project Team: René van Zuuk, Client: Municipality of Almere, Start of design: 2000-2002, Completion: 2004, Area: 264 m², Height: 12 m, Building costs: €1.800.000

Nederlands:

De elegante brug verbindt als een kunstig breiwerkje twee massieve woonblokken in het nieuwe stadshart van Almere. Er is gestreefd naar neutrale continuïteit tussen de twee gebouwen; de Silverline-toren van Klaus & Kaan en Van Zuuk’s eigen Block 16. De constructie is zodanig vormgegeven dat de brug geen van de richtingen uit de directe omgeving benadrukt, maar een eigen identiteit heeft gekregen.

De brug overspant de verbindende waterweg tussen het open Weerwater en een haventje voor gemotoriseerde boten. De vrije doorvaarthoogte is 2.80 meter. Met de constructie van onderspannen masten verwijst de brug wel naar het wispelturige beeld van zeilboten, waardoor de maritieme sfeer van het havengebied wordt verlevendigd. Om een te massief uiterlijk te voorkomen is gekozen voor een scheiding van de twee verkeersstromen. Twee smalle banen ogen immers slanker dan één brede.

Het tensegrity-achtige constructieprincipe van de brug bestaat uit vijf dubbele liggers die evenzoveel masten dragen. De liggers zijn op hun beurt met spankabels opgehangen aan de naastliggende masten. De twee buitenste liggers worden direct gedragen door dubbele schuine kolommen die op een betonnen fundering in het water staan en de vaste steunpunten vormen van de brug. Onder de brug lopen de spankabels door tot aan de voet van de masten die tot ongeveer een meter onder het dek uitsteken. Door de kabels voor te spannen krijgt de brug een grotere stijfheid.

De elf meter hoge masten doen door de geïntegreerde verlichting tevens dienst als lantaarnpalen. Aan weerszijden van de verkeersstroken, bestaande uit geanodiseerde aluminium tranenplaten, komen leuningen die zijn uitgevoerd met staalkabels, waardoor ze geen afbreuk doen aan het slanke uiterlijk van de brug. Doordat de leuningen naar binnen toe hellen, is voorkomen dat er aanrijdingen met de schuin geplaatste masten of tuidraden plaats zullen vinden.

Het ontwerp wordt gekenmerkt door ambiguïteit. Vanaf het water gezien levert de brug een symmetrisch, statisch en neutraal beeld op. Naarmate men zich naar de rijrichting begeeft ontstaat echter een steeds dynamischer beeld doordat de masten in de dwarsrichting scheef staan. De brug geeft het grootschalige en ambitieuze stadscentrum de benodigde lichtheid; als een stedelijke hangmat.

English:

The elegant bridge connects like clever knitwear, two massive housing blocks located in the new city centre of Almere. The ambition was to create a neutral continuity between the two buildings; the Silverline tower and Van Zuuk’s own Block 16. The construction is designed in such a way that none of the directions from the surroundings is being emphasized, but instead the bridge got its own identity.

The bridge spans the connecting waterway between the open Weerwater and a little harbour for motorised boats. Therefore minimum headroom is only 2.80 metres. The cable-stayed mast structure of the bridge refers to the capricious image of sailing boats, reviving the maritime atmosphere of the harbour area. To enhance the slim appearance the two traffic flows are separated. After all two narrow lanes look more slender than one wide deck.

The tensegrity-like structure consists of five double beams supporting the five masts. The beams themselves are suspended to the adjacent masts with tension cables. The two fixed supports of the bridge are being formed by double slanting columns on a concrete footing in the water, directly supporting the two outer beams. The tension cables continue under the bridge where they have been connected to the mast ends protruding one metre below deck level. Pretension of the cables provides the bridge with a higher rigidity.

The eleven metres high masts are equipped with recessed light fittings so they also serve as lighting pylons. Both sides of the anodised aluminium corrugated decking of the traffic lanes are provided with steel cable guardrails, not detracting the slender appearance of the bridge. The inward leaning parapets avoid collisions with the masts or guy cables.

The overall design is characterised by ambiguity. Observed from the water the bridge appears symmetric, static and neutral. However if one adjourns to the direction of the traffic flow a more dynamic image emerges because of the transversely leaning masts. The bridge provides the large-scale and ambitious city centre the necessary lightness, like an urban hammock.