Block 16 / The Wave

Apartments, Fitness, Almere NL, Project Team: René van Zuuk, Kersten Scheller, Bjorn Ophof, Marieke van den Dungen, Client: Almere Hart cv., Start of design: 1999-2002, Completion: 2002-2004, Area: 8.740 m², Volume: 25.602 m³, Building costs: €5.600.000

Nederlands:

Block 16 maakt deel uit van het masterplan van OMA voor het nieuwe prestigieuze stadscentrum van Almere. Het autonome expressieve blok reageert op twee aanwezige condities: het opbollende uiteinde markeert als een soort poortwachter de ingang van de haven. Aan het andere uiteinde is de beweging vervlakt en sluit het volume aan bij de orthogonale structuur van de naastgelegen glazen woontorens. Het blok staat op een als voetstuk fungerende parkeergarage (ontwerp OMA). Het opgetilde dekniveau bestaat voor de helft uit de entree en bergingen, het andere deel is een fitnesscentrum, dat beneden op parkeerniveau doorloopt tot aan het 'waterplein'. Daar manifesteert het fitnesscafé zich als zelfstandig paviljoen. 

Aan het ontwerp van Block 16 ligt een analyse van het bouwen met tunnelbekistingen ten grondslag. Deze bouwmethode is financieel aantrekkelijk voor het realiseren van grote woningbouwprojecten. Het grondprincipe van de tunnelkist is het gelijktijdig storten van vloer en wand. Net als bij extrusietechnieken impliceert dit een vaste doorsnede. Gebruikelijk is dat ook de tunnellengte gelijk is, waardoor een regelmatig betonskelet ontstaat. Door de diepte van naast of boven elkaar gelegen tunnels echter te variëren, in dit geval van dertien tot achttien meter, wordt de monotone structuur doorbroken. Door het golvende geveloppervlak krijgt het blok een dynamische kwaliteit. Deze ongebruikelijke toepassing van tunnelbekisting veroorzaakt een relatief kleine stijging van de bouwkosten, maar levert daarenboven een veel expressiever beeld op.

Block 16 is voorzien van twee centraal gelegen corridors die de bewoners toegang tot de appartementen verschaffen. De woonkamers van alle 49 appartementen zijn aan het water op het zuiden georiënteerd. Trappen aan de noordzijde van het blok verbinden hoger of lager gelegen ruimtes. Het hoofdtrappenhuis vult een vide over de volledige hoogte van het blok en bevindt zich op de plek waar de bolling in de gevel het sterkst is. De afwijkende functie is aan het exterieur afleesbaar door de strook smallere gevelpanelen.

De holtes en bollingen in de gevel hebben een functionele grondslag. Zo markeert de deuk aan de noordkant de entreepartij en vloeit de uitpuilende zuidgevel voort uit de uitbreiding van een aantal appartementen met patio's. 

Aanvankelijk was een houten gevelbekleding voorzien, maar bij aanbesteding bleek dit echter te duur. Een nieuwe oplossing werd gevonden in de vervaardiging van een gevelelement dat steeds een hele tunnelopening dicht zet. Deze elementen zouden gepotdekseld moeten worden, wat inhoudt dat de panelen langs alle randen elkaar overlappen. Dit kan alleen als ze in de hoogterichting zijwaarts verschuiven, wat een ongewenst diagonaal gevelbeeld oplevert. Door de aangepaste toepassing van het potdekselsysteem liggen de panelen aan de zijkanten niet tegen elkaar. De ontstane bovenmaatse kier wordt dichtgezet met een ander materiaal, waardoor de platen visueel los van elkaar komen. Dit geeft het gebouw twee gezichten: glad en golvend in de ene richting, ruw en verspringend in de andere.

De gevel is bekleed met zilverkleurig geanodiseerde aluminiumplaat waardoor de voortdurend veranderende lichtinval de wisselende uitstraling van Block 16 bepaalt en de suggestie oproept van een bewegend geschubd organisme.

English:

Block 16 is part of the masterplan designed by OMA for a new prestigious city centre in Almere. The autonomous expressive block reacts on two conditions: the billowing end marks as a kind of gatekeeper the harbour entrance. At the other end the movement is smoothened and the building fits in with the right-angled grid of the adjacent glass high-rise housing blocks. The block is sited on a basement car park (design OMA) serving as a pedestal. The elevated deck level is half occupied by the common entrance and the storerooms. The other part is a gym which continues on the parking level below where it ends in the fitness-café, an autonomous pavilion. 

The design of Block 16 is largely based on an analysis of tunnel formwork constructions. Implementation of this mode of construction is financially attractive in developing major housing projects. The basic principle of tunnel formwork is the simultaneous casting of floors and party walls. Similar to extrusion techniques, this requires a constant section. It is common practice that the tunnels are also of a constant length, resulting in a regular concrete skeleton. Variation in the length of adjacent tunnels breaks the monotonous structure. The result is a wavy façade surface providing the block with a dynamic quality. This unusual application of tunnel formwork implies a relatively small rise of the building costs, but yields a much more expressive image.  

Block 16 is equipped with two central corridors, providing the occupants’ access to the apartments. The living rooms of all the 49 apartments are south-facing and orientated to the waterfront. On the northern side of the block the private stairs are located interconnecting higher or lower floors. The main communal stairwell fills a seven-storey void located behind the biggest bulge. The deviant function is furthermore revealed in the exterior by the strip of half sized cladding panels.

The hollows and bulges in the façade all have a functional basis. The dimple on the north side marks the entrance and the protruding south façade arises from adding patios to some apartments. 

Initially a wooden cladding was planned, but in the tenders submission it turned out to be too expensive. A new solution was found by manufacturing façade elements each covering an entire tunnel section. The intention was to apply the elements in a weatherboard manner, implying an overlap on all sides. This is only possible if the panels in the vertical direction shift sideways, resulting in an unwanted diagonal grid in the elevation. Because of the adapted application of the weatherboard principle, the sides of the panels do not fit. The remaining oversized ‘chink’ is sealed with a different material, separating the elements from each other. It provides the building with two faces; smooth and wavy in one direction, rough and staggered in the other.

The silver-coloured anodised aluminium cladding of the façade combined with the continuously changing incidence of light creates a varying identity of Block 16 and suggests a moving scaly creature.