ARCAM

Architecture Center, Offices, Exhibition space, Educational space, Amsterdam NL, Project Team: René van Zuuk, Client: Municipality of Amsterdam, Start of design: 1999 - 2002, Completion: 2002 - 2003, Area: 477 m², Volume: 2.860 m³, Building costs: €1.600.000

Nederlands:

Het Architectuur Centrum AMsterdam ( ARCAM ) had een aanzienlijk grotere accommodatie nodig. Een prachtige locatie nabij het Oosterdak werd toegewezen voor dit architectuur instituut. Op de locatie was een klein paviljoen van Renzo Piano gebouwd als een uitkijkplatform voor zijn New Metropolis. De opdracht was om zo veel mogelijk het oude paviljoen te integreren in het nieuw ontwerp. Integratie van Renzo Piano's ontwerp was niet de enige restrictie van het project. Vanwege de gevoelige locatie werd de envelop van het gebouw beperkt tot een trapeziumvormig volume verdeeld over drie verdiepingen.

Er waren drie belangrijke dingen te overwegen bij de ontwikkeling van het project, Zo moest het gebouw gezien vanaf het Scheepvaartmuseum zo bescheiden mogelijk overkomen. Omtrent deze eis ontstond de mogelijkheid om het gebouw aan de waterzijde lager te maken dan aan de Prins Hendrikkade. Daarnaast moest het gebouw een gesloten karakter krijgen richting de Prins Hendrikkade, terwijl het aan de waterzijde meer open mocht zijn. Ten slotte en misschien wel de meest uitdagende deel van de opgave, het gebouw moet een compact monoliet vertegenwoordigen. Aan de hand van deze eisen is een vorm ontstaan die het gebouw maakt tot een markeerpunt in de omgeving waarin het architectuurcentrum is gehuisvest.

Het nieuwe paviljoen is een sober en compact gebouw met drie lagen. Op het straatniveau van de Prins Hendrikkade is een expositieruimte gesitueerd. De verdieping is door glazen wanden opgedeeld in verschillende kantoorruimten in de vorm van een "werkzolder". Op het kadeniveau aan het water is een multifunctionele ruimte gesitueerd waar vergaderingen en middelgrote discussies kunnen worden gehouden. Opmerkelijk is de interne organisatie, omdat de verschillende lagen via vides met elkaar in verbinding staan, zijn alle ruimten voelbaar onderdeel van het grote geheel.

De vormgeving van de diverse façaden vindt zijn oorsprong in de toepassing van een gevouwen huid van Kalzip. Deze met zink afgewerkte aluminium huid is één doorlopend gesloten vlak om het volume. De verschillende gevels van het gebouw hebben elk hun eigen perspectief. Zo zorgt de gevouwen huid in combinatie met een schuine glazen gevel voor een spectaculaire entreepartij aan de Prins Hendrikkade en krijgt het bouwvolume aan de oostzijde een uiterst sober aanzicht. Aan de waterzijde wordt de ziel van het gebouw blootgelegd door de glazen gevels waarin de stalen profielen ternauwernood zichtbaar zijn. Hier is de interne organisatie van de verschillende lagen in aanzicht zichtbaar.

English:

The ARchitecture Centre AMsterdam (ARCAM) needed a significantly larger accommodation. Therefore a wonderful location close to the Oosterdok was allocated for this promotional institute. On the site was a small pavilion by Renzo Piano built as a viewing platform for his New Metropolis opposite. The brief was to integrate the columns and floor plans of the pavilion into the new project. Integration of Renzo Piano's design was not the only restraint of the project, due to its sensitive site there was a limitation placed on the building envelope. The project outlined by Government Architects suggested a trapezoidal building volume set over three storeys.

There were three main things to consider when developing the project; first, the facade facing the Maritime museum should be modest, this providing the possibility to lower the waterfront facade in relation to the street facade on the Prins Hendrikkade. Secondly, the street facade needed to represent a closed character and at the same time the building should open up on the waterfront. And finally, and perhaps most the most challenging part of the brief, the building should represent a compact monolith. This set of strict requirements amounted in an unprecedented shape, turning the architecture centre into a landmark.

The new pavilion is a compact three-storey building; on the street level an exhibition space is located and the upper floor is fitted with glass partitions, creating an attic-like space. On the waterfront, at the quay level, a multipurpose space for meetings and discussions The internal openness is remarkable, different levels are linked by voids in a way that all the spaces are made to feel like part of a much larger entity.

The performance of the facades is mainly due to the ubiquitous application of the KalZip skin. This folded seam method is ideal for creating singularly curved surfaces. The zinc-coated aluminium strips form a continuous plane curling itself all around the building mass. The facades are distinctive in their appearance, for example the folded skin combined with the bevelling glass facade results in a spectacular entrance. On the other hand the east side displays a most austere view. The waterfront view reveals the soul of the pavilion through the curtain glass, barely showing the structural steelwork while displaying the layered organization.